De 10 slimste trucs van de supermarkt

De 10 slimste trucs van de supermarkt

Je ziet ze nauwelijks als je erdoor heen loopt, maar de meesten weten er wel enkele: slimmigheden van de supermarkt om je koopgedrag te beïnvloeden.

Op het eerste gezicht lijken de grootgrutter niets meer dan een uit de kluiten gewassen kruidenier, maar over elk detail, ja elk detail is nagedacht.

Wij hebben de 10 voornaamste trucs op een rij gezet, inclusief bijbehorende tips om dicht bij jezelf te blijven. De trucs van fabrikanten (en hun producten) staan hier overigens nog los van, maar zijn ook meer dan interessant.

1. Onnodige verpakkingen

Met stip op 1 staat het onnodig verpakken van producten. Je kent het wel, zes trostomaten in een bakje en twee limoenen (tegenwoordig zelfs drie) in een netje. Het is de truc der trucen om je meer te laten kopen én om producten meer cachet te geven. Daarom tref je dit fenomeen ook steeds vaker aan in bijvoorbeeld bouwmarkten.

Het plastificeren van bijvoorbeeld fruit kan de levensduur dan wel verlengen, maar het is natuurlijk geen toeval dat er zes appels of acht stengels bosui bijeen zitten.

Tips:
Soms is een vergelijkbaar product los verkrijgbaar. Zo kun je de duurdere, biologische variant nemen, maar ben je door het aantal toch goedkoper uit.
Of ga (ook) naar een (super)markt waar je producten los kunt kopen.
Neem eens een heel ander product.

2. Het gouden schap

Op twee staat het voor velen al bekende “gouden schap”, ofwel het schap op ooghoogte (en grijphoogte). Dit zijn de supermarktproducten die de supermarkt het liefste aan jou slijt, lees: met de hoogste winstmarge.

Dit zijn bijna per definitie de ongezonde, (sterk) bewerkte producten. Het zijn immers de (A-)producten waar een groot deel van de kosten in marketing zit i.p.v. in voedingswaarde, maar die een grote aantrekkingskracht op je uitoefenen. Voor kinderen is een speciaal gouden schap ontwikkeld, namelijk een meter lager.

Tips:
Verruim je blikveld en pak ook eens een merkloos/goedkoper product van helemaal boven of onderaan het schap.
Houd je kinderen thuis of in de winkelwagen.

3. Geen bon

In de top-3 staat iets waar ik me persoonlijk enorm aan erger. Het feit dat je tegenwoordig niet automatisch een bon krijg. Dit wordt gedaan onder het mom van milieuverantwoord, en dat is het natuurlijk ook. Maar afgezet tegen de service die je mag verwachten vind ik dit een slechte ontwikkeling.

Immers, bij alles wat je koopt dien je ongevraagd een bon te krijgen als bewijs van wat je hebt gekocht. Dat is meestal niet nodig, maar wel zo handig. Dat is daarom zo bij een paar schoenen, en zou zo moeten zijn bij de vaak even zo dure boodschappen.

Bovenal dient de bon om te controleren of het klopt wat je hebt afgerekend. Het komt vaker voor dan je denkt dat een artikel verkeerd is geprijsd of dat het aantal artikelen op de bon niet klopt. Je moet het in elk geval altijd kunnen controleren.

Maar de truc zit ‘m vooral in het psychologische effect. De supermarkt wil namelijk dat je vooral niet meer nadenkt over wat je hebt uitgegeven. Na het pinnen is het klaar. Dat geeft rust, maar weinig inzicht.

Tips:
Kijk bij alles wat je koopt wat het kost en probeer dit te onthouden
Vraag altijd om de bon! Check altijd, desnoods vluchtig, de bon
Beoordeel elke keer of je niet onnodig veel hebt gekocht
Foutje op de bon? Vraag je geld terug, ook als het weinig scheelt (of laat je principes varen)

4. Uitgekiende winkelrouting

Is het je weleens opgevallen dat je in de supermarkt nergens bewegwijzering ziet? Toch is de winkelindeling, en daarmee de richting die je op wordt gestuurd, waarschijnlijk het best onderzochte aspect van de supermarkt. Er is namelijk niets belangrijker dan jou zolang mogelijk in de winkel te houden om je wilskracht zoveel mogelijk op de proef te stellen.

Allereerst is de looprichting vaak tegen de klok omdat dit schijnbaar onnatuurlijk is en je daarom onbewust langzamer loopt en dus meer de tijd neemt om te kopen. Bovendien staan aantrekkelijke producten vaak aan de rechter kant zodat je met rechts het product uit het schap kunt pakken.

Fruit wordt dichtbij de ingang gezet zodat je ogen worden geprikkeld met vers en gezond, wat je onbewust goedkeuring geeft om vervolgens ongezonde (winstgevendere) producten te kopen. Dagverse producten als melk staan vaak achteraan, met natuurlijk weer als doel je te verleiding tot het kopen van meer dan die pak melk.

Andere onbewerkte (gezondere) producten staan ook aan de buitenrand, bewerkte (ongezondere) producten staan centraal, liefst in heel lange (en brede) gangpaden met zoveel mogelijk variatie. Het spreekt voor zich dat het centrale deel altijd op de route ligt en zo is ingericht om je te verleiden tot het kopen van die grote zak vette, zoute chips.

Tot slot van je winkelbezoek word je aan de kassa (in de jengelzone) nog eens verleid door de aanwezigheid van snoepwaren. Slim, omdat jij (en je kroos) maar een beetje staan te wachten en een zoethoudertje hier helemaal goed uitkomt. Daarom wordt maar liefst 5% van de totale supermarktomzet hier behaald.

Tips:
Neem een boodschappenlijstje mee
Ga recht op je doel(en) af en wees je extra bewust van de vele verleidingen.

5. Grote winkelwagens

Na de introductie van de zelfbedieningswinkel is de winkelwagen wellicht een van de briljantste marketingstunts van de supermarkt. De uitvinding, die stamt uit 1938, baseert zich op iets waar bijna de gehele supermarkt op stoelt: gemak.

Om een grote, rijdende en glimmende winkelmand voor je uit te duwen geeft een gevoel van luxe en maakt het wel heel makkelijk om veel te kopen. Een winkelwagen lijkt niet snel vol en daarom zijn ze door de jaren ook alleen maar groter geworden. Niet voor niets dat ook de mandjes, die je achter je aan trekt, halve winkelwagens zijn geworden.

Tip: Heb je niet veel nodig, pak dan een ouderwets winkelmandje om je niet te verleiden meer te kopen dan noodzakelijk.

6. Algehele presentatie

De supermarkt is kampioen in zichzelf en haar producten presenteren. Uit onderzoek blijkt namelijk dat 70 procent van de aankoopbeslissingen in een traditionele supermarkt op emotionele gronden wordt genomen. Daarom wordt bijvoorbeeld gekleurd licht gebruikt om het vlees roder te doen kleuren en denk jij dat het verser is.

Het fruit wordt ook kunstig belicht om de toch al glimmende bijenwas nog meer te doen shinen.

Verder zorgt een uitgekiend muziekrepetoire ervoor je in de juiste stemming te brengen en worden hele wanden met namaakkazen (die je nog kent van de echte kaasboer) en beenhammen gekleed. Het toevoegen van de juiste (bakkers)geuren maakt het supermarktfeest compleet.

Tip: Zorg dat je verstand van voeding krijgt waardoor je je kunt focussen op inhoud i.p.v. uiterlijk.

7. De bonus- of klantenkaart

In 1998 was het erg vernieuwend: de Bonuskaart van Albert Heijn. Met de persoonlijke klantenkaart kreeg en krijg je bij de meeste supermarkten korting op producten. Inmiddels weet iedereeen dat je in ruil daarvoor informatie weggeeft. De supermarkt kan precies bijhouden wat en wanneer jij aanschaft. Met jouw profiel kan de supermarkt vervolgens maatgesneden aanbiedingen doen.

Korting krijgen in ruil voor informatie lijkt misschien niet zo’n slechte deal. Maar de kans is groot dat je er toch meer door gaat kopen (en snoepen). Bovendien hadden supermarkten ons zonder klantenkaart waarschijnlijk ook allerlei kortingen gegeven.

Tips:
Kortingen mislopen wil je liever niet, maar zorg ook hier weer dat je niet meer koopt dan nodig.
Ga voor een “standaardkorting” naar discounters, dan kun je ook nooit je pas vergeten.

8. De voordeelbakken

Je ziet ze in elke supermarkt: de grote bakken, rekken of tafels rijkelijk gevuld met aanbiedingen en voordeelverpakkingen. Ze hebben een ding gemeen: ze weten de aangeboren “veel-voor-weinig”-prikkels in je hersenen slinks te activeren.

Soms valt er een goede korting te behalen, anders zou de truc ook niet werken. Maar net zo vaak staan er niet-afgeprijsde producten tussen. Maar zelfs 2 halen 1 betalen lijkt een goeie deal. Maar als je je daardoor laat verleiden iets te kopen wat je eigenlijk niet nodig had, heb je onnodig geld uitgegeven.

Tip:
Koop alleen wat je van plan was te kopen.
Laat je je toch verleiden, kijk dan goed hoeveel korting je echt krijgt.

9. Prijzen wegstoppen

Het is een (nog) niet veelgebruikte of kunstige truc, maar zeker het vermelden waard: het wegmoffelen van prijzen. Je ziet het op de kaasafdelingen van de Jumbo. De “verse” kaasjes zijn zo gelabeld dat de prijzen onderop het product zitten en dus onleesbaar zijn zonder het op te pakken.

Het mes snijdt aan twee kanten. Aan de ene kant is de kans groot dat je (onbewust) gemakzuchtig bent en het product blindelings in je mandje stopt. De meer bewuste consument pakt het product op om te kijken wat het kost, maar heeft (onbewust) de eerste drempel tot aanschaf al genomen.

De tweeledigheid, en het feit dat supermarkten hun waren gewoon duidelijk zouden moeten prijzen, maakt deze supermarkttruc tot een zeer geniepige. Eentje die we zeker in de gaten moeten houden.

Tip: koop niets zonder dat je de prijs kent.

10. Wegen bij de kassa

Bij de Albert Heijn wordt groente en fruit bij de kassa afgewogen. Dat is hartstikke handig, maar heeft een voor de supermarkt lucratieve keerzijde. Het voorkomt in de eerste plaats het gesjoemel van klanten., en dat is meer dan terecht.

De crux zit ‘m echter in het feit dat je de prijs pas bij het afrekenen te weten komt. Niet echt shocking zou je zeggen, maar het is toch weer een klein onderdeel van de modus waarin je juist niet dient te belanden: op de automatische piloot. Dat is namelijk exact wat de supermarkt wil. Dat je gewoon maar pakt en afrekent, zonder je al te bewust te zijn van de prijs, hoeveelheid en voedingswaarde.

Vooraf wegen kan wel, maar wat die zak met peren echt kost, zie je pas bij de kassa, en dan is er eigenlijk geen weg meer terug.

Tips:
Kijk of bereken altijd naar de kiloprijs
Weeg zelf af en bereken wat het je ongeveer zal kosten.

Leuk stuk?